Deel 5: Ziekteremmende behandelingen

De meeste mensen die net de diagnose MS hebben gekregen, willen zo veel mogelijk te weten komen over mogelijke behandelingen. In deel 4 stond de behandeling van MS-klachten centraal, in deel 5 krijg je informatie over de ziekteremmende middelen bij MS. Dit zijn behandelingen waarvan is aangetoond dat ze de voortgang van de ziekte én de MS-aanvallen kunnen afremmen.

 

Hoewel je misschien schrikt van het feit dat je deze medicijnen meestal moet injecteren, hopen we in dit hoofdstuk die angst een beetje weg te nemen en je de informatie te kunnen geven die je nodig hebt om samen met je arts te beslissen over je behandeling.

 

Dit deel van ‘MS, wat nu?’ kan je niet vertellen welke medicatie voor jou het beste is. Het geeft je wel informatie waardoor je gemakkelijker met je neuroloog kan overleggen.

 

Wetenschappelijk onderzoek

 

In België komen medicijnen pas na uitgebreid wetenschappelijk onderzoek op de markt. Geneesmiddelen krijgen van de overheid alleen op basis van bewezen efficiëntie en veiligheid een goedkeuring voor het gebruik bij een bepaalde ziekte. Alle ziekteremmende behandelingen voor mensen met MS zijn dus officieel op deze manier goedgekeurd.

 

Tot op heden worden in België vijf ziekteremmende middelen voor de behandeling van MS terugbetaald: de interferonpreparaten Betaferon®, Avonex® en Rebif®, het copolymeer Copaxone® en Tysabri®.

 

Ten slotte is er nog het middel Novantron® (mitoxantron). Hoewel het in ons land niet officieel is aangewezen voor de behandeling van MS - het is op de markt als cytostaticum bij de behandeling van sommige vormen van kanker - wordt het soms toegepast om mensen met heel erg progressieve vormen van MS te behandelen.

 

Het heeft een vertragend effect op het ziekteverloop. Dit medicijn krijg je per infuus en het kan nogal wat bijwerkingen hebben, zoals hartklachten, gevoeligheid voor infecties, misselijkheid en kaalheid. Vanwege de effecten op het hart is de behandeling hiermee zeer beperkt in de tijd.

 

Let wel: al deze behandelingen genezen MS niet en verminderen bestaande symptomen ook niet. In feite zijn de effecten van de behandeling op de ziekte sowieso niet onmiddellijk waarneembaar. Maar deze behandelingen hebben wel hun werkzaamheid bewezen in

Placebo(1)-gecontroleerde (2), dubbelblinde klinische studies (3). De voordelen bestaan eruit dat de frequentie en de ernst van de opstoten (aanvallen, exacerbaties) verminderen.

 

De resultaten van klinische trials hebben onderzoekers ervan overtuigd dat deze behandelingen veilig zijn en de kwaliteit van leven voor veel mensen met MS voor langere tijd kunnen verbeteren.

 

 

(1) Een placebo is een inactief 'nep'-medicijn dat is ontworpen om met het te

testen medicijn te vergelijken.

 

(2) Placebo-gecontroleerd betekent dat een deel van de patiënten de placebo

(als controle) krijgt en een ander deel het echte te testen medicijn.

 

(3) Dubbelblind klinische studie is onderzoek waarbij noch de deelnemers,

noch de onderzoekers weten wie het te testen medicijn krijgt en wie de

placebo.

 

 

Verder onderzoek heeft bovendien duidelijk gemaakt dat ontstekingen in het centrale zenuwstelsel (CZS) niet alleen schade aan de beschermlaag (myeline) rond de zenuwvezels aanrichten, maar ook aan de zenuwvezels zelf.

 

Deze schade is op een MRI-scan zichtbaar als littekens (laesies/plaques/letsels). Aangezien de schade aan myeline en zenuwvezels onomkeerbaar kan zijn, vinden veel experts dat de behandeling met één van deze remmende middelen moet beginnen, zodra de diagnose van MS is vastgesteld.

Het belangrijkste doel van deze vroege behandeling is het verminderen van de frequentie en van de ernst van de aanvallen, zodat zich minder laesies zullen ontwikkelen.

 

INTERFERON

Een interferon is een eiwit dat cellen van het immuunsysteem produceert als reactie op virale infecties en andere uitwendige bedreigingen en aandoeningen.

 

Het heet interferon vanwege zijn vermogen om met virussen te ‘interfereren’ (op virussen in te werken) die zichzelf vermeerderen in het lichaam.

 

Eén type interferon (interferon-beta) blijkt een gunstig effect op het immuunsysteem bij personen met MS te hebben, onder andere door het verminderen van immuunreacties die tegen de myeline zijn gericht.

 

De twee geregistreerde interferonen-beta zijn interferon beta-1b (Betaferon®) en interferon-beta-1a (Avonex® en Rebif®).

Interferon-beta-1b wordt gekweekt op bacteriële cellijnen en is een product dat licht verschilt van het menselijk interferon. Interferon-beta-1a is gemaakt van een kweek van zoogdiercellen en heeft dezelfde samenstelling als het menselijk product.

 

BETAFERON®

Over Betaferon® (interferon-beta-1b) bestaat - vergeleken met Avonex® en Rebif® - de meeste wetenschappelijke informatie en het werd als eerste in 1997 terugbetaald in België. Het wordt op de markt gebracht door Bayer Schering Pharma.

 

Een drie jaar durende internationale klinische studie met 372 patiënten met relapsing-remitting MS (RR-MS) werd al gepubliceerd in 1993. Deelnemers kregen om de dag een onderhuidse injectie van een hoge dosis Betaferon®, of een lage dosis of een placebo. Na de drie jaar had de groep met de hoge dosering 30 tot 33 procent minder aanvallen t.o.v. de groep met placebo en 50 % minder ernstige opflakkeringen. Ze vertoonden op MRI-scans ook geen toename in het totale letselvolume.

 

Aanvankelijk kregen alleen mensen met RR-MS het middel Betaferon® voorgeschreven. Na een groot Europees onderzoek bij patiënten met secundair progressieve MS (SP-MS) wordt Betaferon® ook terugbetaald voor SP-MS. Dankzij de BENEFIT-studie krijgen personen die slechts één opflakkering of aanval hebben meegemaakt en die een verhoogd risico lopen op de ontwikkeling van ‘klinisch definitieve MS’, ook terugbetaling voor Betaferon®.

 

De meest voorkomende nevenwerkingen zijn reacties op de injectieplaats (de huid kan gezwollen, rood en pijnlijk worden) en een grieperig gevoel. Het goed afwisselen van de injectieplaatsen en het gebruik van een auto-injector verminderen deze lokale huidirritaties. Een dosistitratie bij het opstarten en het nemen van Ibuprofen®/Dafalgan®, verminderen de kans op griepale symptomen. Dosistitratie wil zeggen: geleidelijk opbouwen van de dosis tijdens de start.

De bijwerkingen nemen dikwijls na maanden af.

 

Betaferon® hoef je niet koel te bewaren, tenzij de temperatuur boven de 25 graden stijgt.

 

Zowel als je begint met Betaferon®, als in het vervolgtraject kan je gratis hulp van verpleegkundigen krijgen.

 

AVONEX®

 

In 1996 publiceerde Biogen een twee jaar durende internationale klinische studie met 301 patiënten met RR-MS. Deelnemers kregen wekelijks een intramusculaire injectie (rechtstreeks in de spier) van Avonex® of een placebo.

Vergeleken met hen die de inactieve placebo kregen, hadden de deelnemers die Avonex® kregen een verminderde kans op progressie van de invaliditeit, een vermindering van het aantal opflakkeringen met 18 % en een afname van het aantal en de grootte van actieve letsels, zoals te zien op een MRI-scan.

 

Naast de terugbetaling voor RR-MS wordt, op basis van de CHAMPS-studie, Avonex® ook terugbetaald voor de behandeling van personen die slechts één aanval hebben meegemaakt, en die een verhoogd risico lopen op de ontwikkeling van ‘klinisch definitieve MS’.

 

Reacties op de injectieplek komen weinig voor, omdat het medicijn in de spier wordt gespoten. Avonex® heeft ook een ‘auto-injector’.

Bijwerkingen die kunnen voorkomen, zijn griepachtige verschijnselen, hartkloppingen, rugpijn, misselijkheid, huiduitslag, slaapproblemen, nervositeit en depressie.

De bijwerkingen nemen vaak na maanden af.

 

Je kunt Avonex op kamertemperatuur bewaren.

 

REBIF®

 

Merck Serono publiceerde in 1998 de resultaten van een internationale klinische studie waarbij 560 deelnemers met RR-MS drie keer per week een onderhuidse injectie van een hoge dosis Rebif®, of een lage dosis, ofwel een placebo kregen toegediend.

 

De deelnemers die de hoge dosis Rebif® kregen, hadden 33 procent minder opflakkeringen dan zij die de inactieve placebo kregen. Verder werd het progressietempo verlaagd en waren er minder letsels in de hersenen op MRI-beelden te zien.

 

Er zijn verschillende onderzoeken gedaan naar het gebruik van Rebif® bij SP-MS. De resultaten daarvan zijn wisselend maar het wordt ook terugbetaald in SP-MS.

 

De meest voorkomende bijwerkingen zijn reacties op de injectieplaats, zoals roodheid of pijn, en griepachtige symptomen. Deze reacties kunnen na verloop van tijd afnemen.

Minder vaak voorkomende bijwerkingen zijn: hartkloppingen, rugpijn, opvliegingen, misselijkheid, braken, diarree, slaapproblemen en nervositeit.

 

Rebif moet in de koelkast bewaard worden (2-8 °C).

 

COPAXONE®

 

Copaxone® (copolymeer-1 of glatirameeracetaat) is geen interferon, maar een ander type ziekteremmend preparaat en bestaat uit stukjes synthetisch eiwit die op myeline lijken.

 

Copaxone® lijkt te werken als een soort ‘bliksemafleider’: de kwaadwillende cellen van het immuunsysteem richten zich op de Copaxone® in plaats van op de myeline.

 

Over Copaxone® zijn in 1998 de resultaten van een twee jaar durende klinische studie met 251 patiënten met RR-MS gepubliceerd. Deelnemers kregen dagelijks een subcutane (onderhuidse) injectie met Copaxone® of een placebo.

 

De deelnemers die Copaxone® kregen, hadden 29 procent minder aanvallen dan zij die de inactieve placebo kregen. Op de MRI-scan bleek Copaxone® het aantal en de grootte van actieve hersenletsels te verminderen.

 

Er zijn studies gaande met Copaxone® bij mensen met SP-MS en met primair progressieve MS (PP-MS). Er zijn ook proeven gedaan met het oraal toedienen van Copaxone®, maar deze proeven waren niet succesvol.

Copaxone®, gefabriceerd door de firma TEVA uit Israël, wordt dus in België enkel terugbetaald voor RR-MS.

 

Het middel wordt meestal goed verdragen zonder de griepachtige verschijnselen die vaak bij interferon voorkomen. De gebruikers kunnen wel last hebben van reacties op de injectieplek, blozen en gedurende korte tijd pijn op de borst, kortademigheid of hartkloppingen.

 

Copaxone wordt in principe in de koelkast bewaard (2-8 °C), maar kan éénmalig gedurende 1 maand bewaard worden tussen de 15-25 °C.

 

TYSABRI®

 

Vanaf augustus 2006 is een vijfde ziekteremmend middel toegelaten op de Europese markt: Tysabri® (natalizumab). Tysabri® verhindert het binnendringen in het CZS van bloedcellen die daar schade berokkenen.

 

Bij twee grote wereldomvattende studies waaraan 2 138 mensen met RR-MS meededen, bleek het aantal exacerbaties per jaar met tweederde af te nemen. Het lijkt dus effectiever dan de eerder genoemde remmende medicijnen.

Echter twee van die 2 138 deelnemers zijn overleden aan een ernstige bijwerking, nl. PML (ernstige infectie van de hersenen). Die bijwerking deed zich ook voor bij een persoon met de ziekte van Crohn (een auto-immuun darmziekte) die ook Tysabri® kreeg.

 

Tysabri® wordt eenmaal per maand per infuus toegediend in een ziekenhuis en kent - afgezien van de genoemde ernstige complicatie - weinig bijwerkingen. In de testperiode hadden de gebruikers van Tysabri een licht verhoogd aantal klachten van bangheid, dikke ledematen, hoofdpijn en verkoudheid in vergelijking met de placebogroep. Enkele deelnemers moesten afhaken wegens al direct blijkende allergie voor het medicijn.

 

Beslissen

 

De beslissing òf en wanneer je begint met een van de ziekteremmende middelen kan je het best samen met je neuroloog nemen. Bij die beslissing en ook de keuze van het exacte middel zullen verschillende factoren een rol spelen:

 

• de mogelijke voordelen van de behandeling;

• de bijwerkingen;

• de manier en frequentie van injecteren;

• je persoonlijke prioriteiten en leefstijl.

 

Het belangrijkste doel om voor ogen te houden terwijl je de verschillende mogelijkheden afweegt, is om een behandeling te vinden die je makkelijk en consequent kan blijven volhouden, tot wanneer er een nog betere behandeling is gevonden.

 

Ten slotte is op de websites van de farmaceuten vaak nuttige informatie te vinden. Hieronder vind je die links.

 

Voor nog meer links kan je kijken op www.ms-sep.be in de rubriek Links.

 

Samenvatting

 

De behandeling van MS is een nieuwe en interessante fase ingegaan. Voor het eerst hebben we middelen om het ziekteverloop te beïnvloeden.

 

Na zorgvuldig wetenschappelijk onderzoek naar de vijf remmers van RR-MS (Betaferon®, Avonex®, Rebif®, Copaxone® en Tysabri®) en op basis van uitgebreide ervaring met deze middelen, raden artsen en onderzoekers over het algemeen aan om:

 

  • zo snel mogelijk te beginnen met een van deze medicijnen na een definitieve diagnose en vaststelling van een RR-verloop;
  • de behandeling zonder stoppen voort te zetten, tenzij je duidelijk geen voordeel ondervindt, er ondraaglijke bijwerkingen zijn of er een betere behandeling beschikbaar is.

 

Dit deel van de cursus ‘MS, wat nu?’ geeft je informatie over de verschillende behandelingen, en maakt het mogelijk om samen met je arts de voor jou juiste behandeling te kiezen.

 

Farmaceutische bedrijven geven zowel bij het begin van de behandeling als in het vervolgtraject gratis hulp en ondersteuning.

 

EEN PAAR PUNTEN OM TE ONTHOUDEN

 

  • Vijf werkzame ziekteremmende middelen zijn nu beschikbaar om RR-MS te behandelen: Betaferon®, Avonex®, Rebif®, Copaxone® en Tysabri®.
  • Veel MS-experts vinden dat de behandeling moet worden begonnen zodra een definitieve diagnose van RR-MS is vastgesteld. Door jezelf goed te informeren over de mogelijke voordelen en bijwerkingen van de verschillende middelen, kan je met kennis van zaken meepraten bij de beslissing voor een bepaalde behandeling.
  • Er wordt veel onderzoek gedaan naar nieuwe middelen om de ziekte te behandelen.
  • De beste informatiebronnen hiervoor zijn de neurologen.
  • Personen met MS die één van deze middelen gebruiken en die gezinsuitbreiding overwegen, doen er goed aan dit ruim van te voren met hun neuroloog te bespreken.

 

COLOFON

De MS-Liga Vlaanderen was op zoek naar duidelijke, begrijpbare informatie voor mensen met recente MS-diagnose en ontdekte de serie 'MS, wat nu?' van MSweb in Nederland (http://www.msweb.nl/).

 

Dankzij de goede samenwerking met MSweb kreeg de MS-Liga Vlaanderen de toestemming om deze nuttige reeks over te nemen en de nodige aanpassingen te doen aan de Belgische situatie.

 

Oorspronkelijke titel: ‘Knowledge is Power’, verschenen bij MS Australia in 2004 (http://www.msaustralia.org.au/).

 

MSweb heeft met een team deskundigen de Australische reeks vertaald en aangepast aan hun situatie. De eindredactrice is Adeline Fritzsche.

 

Deze serie is gebaseerd op professioneel advies en de mening van experts, maar vertegenwoordigt geen therapeutische aanbevelingen of voorschriften. Voor specifieke informatie en advies kan je best contact opnemen met je neuroloog of huisarts.

©MSweb, 2006